Tag Archives: how do i tenderize meat

Spoorlijn Bazel SBB – Bazel Bad Bf

De Basler Verbindungsbahn is een Zwitserse spoorlijn die het station Basel SBB gelegen in het centrum van Bazel (vroeger Groot-Bazel genoemd) op de linker Rijnoever via een spoorbrug verbindt met het station Basel Badischer Bahnhof gelegen aan de rand van Bazel (vroeger Klein-Bazel genoemd) op de rechter Rijnoever. Over de spoorbrug rijden dagelijks enkele honderden personen- en goederentreinen.

Het traject werd vastgesteld in Artikel 4 van het Internationaal verdrag van 15 oktober 1869 betreffende de bouw en exploitatie van een Gotthardspoorlijn. Op 17 maart 1870 werd door de Zwitserse bondsregering een concessie verleend voor de Basler Verbindungsbahn.

Op 3 november 1873 werd het hart van de spoorweg

Brazil Away CAFU 2 Jerseys

Brazil Away CAFU 2 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

, de enkelsporige Rijnbrug, geopend. Bij de bouw van de brug was al rekening gehouden met het aanbrengen van het tweede spoor.

Ten gevolge van een afspraak tussen de toenmalige Schweizerische Centralbahn en de Badische Staatseisenbahnen werd de Basler Verbindungsbahn een gezamenlijke onderneming van deze bedrijven. Het bouwkapitaal werd uitsluitend bijeengebracht door de toenmalige SCB, en haar rechtsopvolger de SBB is nog steeds eigenaar van het traject

Sinds de Bahnreform wordt het onderhoud van de infrastructuur uitgevoerd door de SBB. Er rijden naast treinen van de SBB en DB veel treinen van andere ondernemingen over dit traject the best water bottles. De eigendomsgrens van SBB ligt bij km 3 how do i tenderize meat.461 aan de rechteroever van de Rijn.

Het traject in klein-Bazel werd in 1913 vervangen door een oostelijk traject met nieuw station. Op de plaats van het oude station zijn de beursgebouwen gevestigd. In de toekomst is in deze buurt een ondergronds station Messe centrum van de stadstunnel Bazel voorzien.

Van een spoorbrug over de Rijn was in 1860 voor het eerst sprake om een verbindingspoor samen met wegverkeer als Harzgrabenbrücke over de Rijn te bouwen. De plannen voor deze gecombineerde brug mislukten vanwege de hoge kosten en de grote moeilijkheden met hellingen en bochten.

Na het besluit tot aanleg van de Basler Verbindungsbahn in het jaar 1869 besloot men tot de bouw van een enkelsporige brug met voetpad in de buurt van de Birs-monding.

De firma Lauterburg & Thormann bouwde de pijlers en liggers voor de brug. De firma Schneider & Cie uit Creuzot maakte de brugconstructie en begon in 1870 met de werkzaamheden. De pijlers werden zo gebouwd dat later een tweede brug bij kon worden geplaatst en het traject dubbelsporig berijdbaar werd.

In november 1873 kon de brug voor het treinverkeer worden overgedragen aan de Basler Verbindungsbahn.

De niet bijzonder mooie, op drie pijlers rustende brug hinderde de scheepvaart en moest in 1896 en 1924 versterkt worden voor gebruik van zwaardere locomotieven en treinen. De brug had een lengte van 216,3 meter.

Ook werden vanaf 1913 plannen gemaakt om de spoorbrug op dubbelspoor te brengen. Door het uitbreken van Tweede Wereldoorlog werden deze plannen vertraagd. Op 25 juni 1957 werd besloten een nieuwe spoorbrug op de bestaande pijlers te plaatsen.

In 1962 werd de nieuwe stalen spoorbrug in gebruik genomen. De overspanningen bedragen 48,24 meter, 59,42 meter en 48,24 meter.

In november 2009 werd begonnen met de bouw van de tweede Rijnbrug. Deze brug moet eind 2012 in gebruik worden genomen.

Sinds de opening van het eerste traject naar en van Bazel werden zowel in groot-Bazel als in klein-Bazel de trajecten veranderd.

Op stapel staan nog de bouw van de Durchmesserlinie Basel een ondergrondse spoorlijn van het station Basel SBB met twee tunnelstations in het stadscentrum van Groot-Bazel en twee tunnelstations in het centrum van Klein-Bazel naar het station Basel Badischer Bahnhof.

In 1901 werd een nieuw traject tussen het station Basel St. Johhann en het station Basel SBB buiten de stad groot-Bazel om geopend. Dit traject loopt door twee tunnels. Het oude traject is later in gebruik genomen als tramlijn van de Basler Verkehrs-Betriebe (BVB).

In 1913 werd een nieuw traject tussen de spoorbrug over de Rijn en Weil am Rhein in gebruik genomen. Op de plaats van het vroegere Basel Badischer Bahnhof is daarna het Messe-centrum (Jaarbeurscomplex) gebouwd. Dit gebouw licht rond 800 meter van het nieuwe Basel Badischer Bahnhof

Als onderdeel van de Durchmesserlinie Basel is bij het Messe-centrum de bouw van een tunnelstation in het Messe-centrum voorzien.

Bijna alle lange afstandtreinen en regionaal treinen van de Deutsche Bahn (DB) die langs de Rijn reden eindigen in het station Basel SBB.

Het plan om in de toekomst een tweede dubbelsporige spoorbrug over de Rijn te bouwen is eind 2009 aangevangen en zal naar planning eind 2012 klaar zijn.

De financiering van dit project werd door artikel 23 van de Leistungsvereinbarung tussen de Zwitserse Eidgenossenschaft en de SBB AG van 2007 tot 2010 zeker gesteld.

Een groot probleem van de Regio-S-Bahn is het ontbreken van een doorgaand traject door het centrum, alsmede het ontbreken van een ontsluiting van de binnenstad van Bazel. Op lange termijn kan een ondergrondse keertunnel worden gebouwd die het station Basel SBB met twee tunnelstations in het stadscentrum van Groot-Bazel en twee tunnelstations in het Messe-centrum van Klein-Bazel verbindt met Basel Badischer Bahnhof. Op deze stations zullen de treinen van S1, S3, S4, S5 en S6 dusdanig ingelegd worden dat op het City-traject er om de 7½ minuut een trein zal rijden.

De centrumvariant ontsluit de bestaande knooppunten met twee tunnelstations, te weten station Barfusserplatz en Marktplatz, in het stadscentrum van Groot-Bazel, en met twee tunnelstations, te weten station Clarastrasse en Messeplatz, in het Messe-centrum van Klein-Bazel. Hier zijn nog een tweetal subvarianten. De Basler Regierungsrat maakte op 20 november 2007 bekend dat naar deze varianten nog een studie zal volgen.

De noordelijke variant ontsluit de toekomstige ontwikkelingsgebieden bij de Rheinhäfen en St. Johann en Klybeck alsmede arbeidsplaatsen in de chemische industrie van Novartis. Het traject van Basel-St. Johann naar het station Badischer Bahnhof is in dit geval als een viaduct voorzien. Dit betreft een goedkopere variant dan de centrumvariant.

Het traject van Basel SBB naar Freiburg im Breisgau werd net als de meeste spoorlijnen in Zwitserland en Duitsland geëlektrificeerd met een spanning van 15.000 volt, 16 2/3 Hz wisselstroom.

Het traject van Mulhouse naar Basel SNCF werd geëlektrificeerd met een spanning van 25.000 volt, 50 Hz wisselstroom (het Franse systeem).

In het station van Bazel bevindt zich tussen Basel SNCF en Basel SBB een spanningssluis waar beide spanningssoorten gescheiden zijn. Op dit deel is een bovenleiding zonder spanning aanwezig. De elektrische locomotieven worden hier met een diesellocomotief of een elektrische meerspanningslocomotief gerangeerd.

Het traject van Basel Bad Bf naar Waldshut is niet geëlektrificeerd.

Blauhals-Schnellläufer

Blauhals-Schnellläufer

Der Blauhals-Schnellläufer, auch Bunter Schnellläufer (Diachromus germanus) ist ein Käfer aus der Familie der Laufkäfer und der Unterfamilie der Harpalinae.

Der Gattungsname Diachromus ist von altgr. διά diá „hindurch“ und χρῶμα chrōma „Farbe“ abgeleitet. Der Artname germanus (lat.) bedeutet „deutsch“ oder „Bruder“. Über die Bedeutung der beiden Namen lässt sich nur spekulieren. Der Namensteil „Blauhals“ bezieht sich auf den blaugrünen Halsschild, der Name „Schnellläufer“ wird häufig für Arten der Unterfamilie Harpalinae gebraucht.

Der Käfer wird acht bis zehn Millimeter groß. Er hat einen breiten Kopf mit nach vorn gerichteten Mundwerkzeugen, einen herzförmigen Halsschild und gestreifte Flügeldecken. Diese verbreitern sich nach hinten über zwei Drittel ihrer Länge wenig und enden dann gemeinsam halbkreisförmig abgerundet. Kurz vor dem Ende sind die Seiten der Flügeldecken leicht wellenförmig ausgerandet. Die Oberseite ist kurz abstehend behaart. Die Färbung ist unverwechselbar. Kopf, Beine, Fühler und der größte Teil der Flügeldecke sind rotgelb, auf beiden Flügeldecken gemeinsam befindet sich am Ende ein großer dunkler, bläulicher Fleck. Der Halsschild ist bis auf den feinen Seitenrand intensiv blaugrün.

Kopf und Halsschild sind dicht mittelstark, die Flügeldecken dicht fein punktiert how do i tenderize meat. Auf dem Kopf sitzt nur eine Borste (Supraorbitalseta) auf jeder Seite etwas hinter der Mitte des Oberrandes der dunklen Augen. Diese treten mäßig hervor. Die Fühler sind elfgliedrig, fadenförmig und ab der zweiten Hälfte des dritten Glieds behaart (Abb. 1)

Die fünfgliedrigen Tarsen der Vorderbeine und des mittleren Beinpaares sind bei den Männchen verbreitert (Abb. 2) und auf der Unterseite bürstenartig behaart. Das erste Hintertarsenglied ist so lang wie das zweite und dritte zusammen.

Die Käfer leben phytophag, sie fressen vorzugsweise unreife Grassamen. Man findet die Art in der Ebene und niederen Gebirgslagen, häufig gesellig unter Steinen. Die wärmeliebende Art wird von Waldrändern, Gärten, Feldern und Ruderalflächen gemeldet, vor allem auf Sandboden.

Die Art hat ihr Verbreitungszentrum im Mittelmeergebiet, die nördliche Grenze des Verbreitungsareals verläuft durch Deutschland, wo man seit Beginn der achtziger Jahre ein Vordringen nach Norden beobachtet. Außerdem ist die Art aus den Niederlanden, Dänemark, Großbritannien, dem Kaukasus und Westasien bekannt.

Heinz Freude, Karl Wilhelm Harde best running hydration, Gustav Adolf Lohse: Die Käfer Mitteleuropas. Band 2. Adephaga 1. Elsevier, Spektrum, Akad. Verl., München 1976, ISBN 3-87263-025-3.